Op het balkon van mijn roeivereniging Nereus wappert sinds gisteren fier een blauwe wimpel in de vlaggenmast. Deze heb ik afgelopen zondag met mijn verenigingsacht op ‘the Head of the River Amstel’ bemachtigd. Wij kunnen ons na een zware race van 7,5 kilometer de koninginnen van de Amstel noemen. Hoewel deze race slechts een uitstapje is, omdat de meeste van ons normaal met de bond trainen, heerst er altijd een grote competitie tussen de verschillende verenigingen. Een geduchte concurrent waren de Skoll-dames, uitkomend voor de andere Amsterdamse studentenroeivereniging. Er was ook een combinatie van roeisters uit Utrecht, Leiden en Delft. Al met al deed vrijwel iedereen die in de Nationale selectie zit verspreid over de boten mee, wat het tot een spannende wedstrijd maakte.
We kwamen niet heel snel weg, maar uiteindelijk is het verschil op de finish opgelopen tot 10 seconden in ons voordeel. Het was een erg bochtig parcours, maar onze stuurvrouw heeft een perfecte lijn gekozen, wat zeker mee heeft geholpen aan de overwinning. Voor mij verliep de race helaas niet helemaal zoals ik in gedachten had. Vorig jaar had ik altijd veel last van mijn onderrug, omdat mijn onderste tussenwervelschijf geïrriteerd was. Dit is inmiddels onder controle, maar nu zat het probleem bovenin.
Twee dagen voor de Head heb ik een ergometertest gedaan; binnen 20 minuten zo veel mogelijk virtuele meters afleggen. Vorig jaar heb ik door mijn rugblessure niet kunnen ergometeren, waardoor mijn PR behoorlijk gedateerd was. Dat heb ik dus behoorlijk verbeterd, hoewel ik graag nét iets sneller had gewild. (Voor de mensen die verstand hebben van ergometerscores: ik had gemiddeld 1.52.3, maar wilde onder de 1.52.0 per 500 meter.) Al met al ging het goed, maar omdat ik al een tijdje erg vast zat in mijn bovenrug, had ik tijdens die test erg veel spierspanning opgebouwd. Die vrijdagmiddag was het roeien al vrij pijnlijk, maar gelukkig kon zaterdag nog naar de fysiotherapeut.
Ik mocht de Head gelukkig wel starten omdat er in principe niets stuk was, maar tijdens de laatste kilometer van de race kreeg ik steeds meer pijn. Ik wenste dat de finish snel zou komen, maar het enige dat je dan kunt doen is zo hard mogelijk doorroeien om er zo snel mogelijk te zijn. Eenmaal over de finish gekomen verkeerde ik in een kleine hel, maar gelukkig zakte de pijn snel. We legden snel aan, zodat ik de boot uit kon. Ik mocht alleen niet de 7,5 kilometer terugroeien naar ons botenhuis op Nereus, dus ik heb met mijn slagvrouw, Femke Dekker, een stuk gelopen. Gelukkig kwamen we aardige mensen tegen, die ons een lift wilden geven naar de roeivereniging.
Ik heb er vertrouwen in dat het snel beter zal gaan, omdat ik niets stuk heb gemaakt. Ik raakte alleen volledig verkrampt, waar ik nu even de tol voor moet betalen. Nu snel naar de fysio en erg oppassen met de komende trainingen. Helaas hoort dat ook bij topsport, balanceren op het randje van wat net wél en net níet kan. Dit keer ben ik misschien net te ver gegaan voor de winst. Toch besef ik wel dat mijn lichaam hetgeen is waarmee ik moet presteren, ik leer mijn lijf en klachten steeds beter kennen. Hierin is het fijn dat Serge, die mij en mijn klachten objectief kan bekijken, mij af en toe goede raad kan geven. Zodat ik steeds beter zelf mijn grenzen leer kennen. Ik ben er nog niet, maar ik kan het wel steeds beter aanvoelen, om tijdig op de rem te kunnen trappen.